Thematisch geïntegreerd onderwijs

samenhang en verbinding

Thematisch geïntegreerd werken en kernconcepten

Onder het thematisch geïntegreerd werken verstaan we het zoveel mogelijk integreren van basisvakken en zaakvakken in één thema. Wij gaan de ontwikkeling van kinderen centraal stellen. Hierdoor gaan wij vanuit leerlijnen werken. Het kind bepaalt het doel en van daaruit ontstaan activiteiten.

Aan het werken met kernconcepten en basisdomeinen liggen twee belangrijke opvattingen ten grondslag:

  • een opvatting over wat belangrijk is voor kinderen om te leren (kennisopvatting)
  • een opvatting over de wijze waarop kinderen optimaal leren (leeropvatting)

Kennisopvatting

  • nadruk leggen op het leren van inzichten (kaders, overzicht, ‘besef van’, ‘gevoel voor’)
  • functioneel en betekenisvol oefenen van vaardigheden (taal, rekenen, creatieve vakken, motoriek)
  • aandacht geven aan persoonlijke vaardigheden, zoals samenwerken, zelfstandig werken en communiceren.

Leeropvatting

  • belangstelling te wekken voor de kernvragen binnen een kernconcept
  • de leeromgeving uitdagend in te richten, gericht op het behalen van de doelen (inzichten) van het kernconcept.
  • leerlingen de ruimte te geven om op een eigen manier, op eigen niveau en tempo keuzes te maken uit allerlei activiteiten, materialen en opdrachten.
  • gebruik te maken van allerlei soorten werkvormen en leerbronnen, waarbij het zelf ervaren en het gebruik van beelden een belangrijke rol spelen.

Didactische uitgangspunten

Het uitgangspunt voor thematisch werken met kernconcepten is het werken met een nieuwe didactische driehoek.

  • Niet de leerstof (c.q. de methode) bepaalt wat leerlingen op enig moment leren.
  • Het leerproces staat centraal.
  • Leerlingen zijn eigenaar van het leerproces.
  • De leeromgeving met allerlei leerbronnen en de leerorganisatie is dusdanig ingericht dat leerlingen optimaal kunnen profiteren van de leerbronnen.
  • Intrinsieke motivatie.
  • 3 soorten kennis:
    • inzichten: deze worden ontwikkeld door te observeren en te handelen in de sociale en fysieke werkelijkheid (met concrete materialen en beeld en in de interactie met anderen). Het gaat om het vormen van de basis van een mentaal model. Daarna gaan kinderen door met het opdoen van ervaringen en verfijnen, verbreden en verdiepen hun mentale model.
    • Vaardigheden: deze komen vooral aan bod in de basisdomeinen (taal, rekenen, creatieve vakken, motoriek en persoonlijke vaardigheden). Het oefenen gebeurt bij voorkeur niet volgens een vast rooster, maar als een leerling eraan toe is en dan gedurende langere tijd. Bij het aanleren van vaardigheden vervullen de mentoren een rolmodel: ze laten zien hoe het goed uitgevoerd wordt.
    • Feiten: deze zijn nodig om inzichten te kunnen verwerven en om een goed beeld te krijgen van de manier waarop de wereld in elkaar zit. Door details op te sporten over het leven van bv. Bepaalde personen in de geschiedenis, over het leven van mensen in een bepaald land of over de manier waarop een bepaalde diersoort leeft, kunnen kinderen erover fantaseren en gaat het voor hun leven. Ze vormen zich een mentaal beeld enn ontwikkelen historisch en geografisch besef. Leerlingen worden toegerust in het vinden, selecteren en waarderen van informatie, zodat ze later ontbrekende informatie snel kunnen opzoeken

Pedagogische uitgangspunten

Naast onderwijskundige/didactische doelen streeft een school en ook een KC altijd pedagogische doelen na. Voor De Duinvlinder gaat het om de volgende doelen die wij belangrijk vinden:

  • Jezelf, anderen en de omgeving respecteren en in de waarde laten.
  • Accepteren dat ieder een eigen leer- en ontwikkelingsroute heeft.
  • Vertrouwen hebben in jezelf, anderen en de omgeving.
  • Verantwoordelijkheid nemen voor je eigen acties.
  • Fouten durven maken, uitdagingen aangaan, grenzen verleggen en initiatieven ontplooien.
  • Grenzen verkennen, accepteren en verleggen waar mogelijk.
  • Reëel zelfbeeld ontwikkelen o.b.v. sociaal-emotioneel, motorisch, cognitief en creatief opzicht.
  • Kunnen reflecteren op eigen kennis, handelen en houding in relatie tot jezelf, anderen en de omgeving.
  • Waarden en normen ontwikkelen en daarin keuzes leren maken.

Hiervoor is een pedagogische visie gebaseerd op een aantal basisonderdelen nodig.

 

Hieronder staat beschreven wat het team van De Duinvlinder belangrijk vindt:

Autonomie en competentie

Doordat wij op De Duinvlinder de kinderen in kaart brengen en regelmatig ontwikkelgesprekken voeren krijgen kinderen de ruimte en mogelijkheden om te ontdekken wie ze zijn, waar ze goed in zijn en wat ze willen leren en verbeteren. Door erkenning te geven aan de verschillende leerstijlen (door het in huis hebben van divers materiaal, meubilair etc.) kunnen kinderen ontdekken en kiezen welke werkvormen en manieren van leren bij hun passen. Ook leren en ontdekken ze hoe ze kunnen plannen en zo ruimte creëren voor hun eigen leervragen.

De leerlingen krijgen inzicht en verantwoordelijkheid voor hun eigen leerproces (uiteraard in opbouw vanaf fase 1).

De mentoren zijn een rolmodel maar ook sparringpartner voor de kinderen als het gaat om houdinggerichte doelen en het vaststellen van leerdoelen.

Veiligheid en relatie

Veiligheid op school en het hebben van een veilig gevoel zijn een voorwaarde voor het kunnen behalve van de pedagogische doelen, maar ook om tot leren te kunnen komen.

Door in de open ruimtes hoeken te creëren kan deze veiligheid worden geboden. Daarnaast bieden de gesprekken met de mentor de mogelijkheid om het te hebben over persoonlijk welzijn.

Regels en schoolcultuur

Juist bij het onderwijsconcept op De Duinvlinder is het belangrijk dat er voldoende structuur is. Er ontstaat nog weleens het beeld dat bij een concept als het onze er veel vrijheid is en de leerlingen helemaal vrijgelaten worden. Dit is niet het geval.

Er zijn duidelijke regels, waar iedereen (kinderen en volwassenen) zich aan houdt. Deze regels zijn een afgeleide van de pedagogische doelen en hebben te maken met persoonlijke relaties – respect, erkennen, luisteren, aanspreken op ongewenst gedrag, verantwoordelijkheid nemen etc.-, omgaan met materiaal en het gebouw – opruimen etc.

Het is van belang dat iedereen hierin consequent handelt. Hiervoor is het van belang dat het team afspraken maakt en eenduidig handelt wanneer regels overtreden worden. Als dit gebeurt ontstaat er op De Duinvlinder een cultuur van duidelijkheid en vrijheid in gebondenheid.

Bron: Werken met kernconcepten, KPC groep.
Print Friendly